In 1955 zag ik het levenslicht in Overveen, aan de Braziliëlaan no. 18. Mijn ouders kochten dit nieuwbouwhuis in 1952. Ikzelf woon inmiddels alweer 30 jaar in de Vrijburglaan. Toen wij er kwamen wonen waren grote delen van de wijk nog onbebouwd. In de jaren ’30 – ’40 van de vorige eeuw was er nog veel meer ruimte. Mijn grootvader kocht in 1936 twee kavels aan de Vrijburglaan waar, in samenwerking met de gemeente en met Brederode Bouwbedrijf, twee blokken van vier eengezinswoningen werden gebouwd, nummer 46 t/m nummer 60.

Zo kwam mijn moeder vanuit Amsterdam in Overveen wonen. Overveen, een groeidorp voor de Amsterdammer. De mannen forensden, de trein bracht hen binnen een half uur naar de stad. De kinderen groeiden op in een dorp, met om de hoek bos, duin en strand, goede scholen en diverse sportmogelijkheden.

In de jaren ’50-’60 werd de randweg aangelegd, dwars door Overveen heen. Aan de overkant van de Willem de Zwijgerlaan gebeurde niets. Achter mijn oude school, het Kennemer Lyceum, kwam de wijk Kennemerpark waarvoor de volkstuintjes, het zwembad van Stoop en de sportzaal moesten wijken. Langzaam zag ik Overveen groeien. Geboren Overveners, zoals ik, blijven hier graag wonen. Maar ook Haarlemmers, Amsterdammers en anderen van buiten het dorp vonden hun weg naar Overveen.

Op de openliggende kavels in de lanen werden huizen gebouwd. Langs de randen van de Dompvloedslaan en de Willem de Zwijgerlaan kwamen flats, sociale woningbouw. Inmiddels zijn al deze flats particulier bezit geworden. Later, aan de overzijde van de Dompvloedslaan, verdween een villa (van de familie Witteman) en kwam er een groot en best wel hoog bejaardentehuis te staan. Waar kleine huisjes stonden kwam een appartementencomplex voor senioren, ook een stuk hoger. De andere kleine huisjes, haaks op de Dompvloedslaan, een sportveld en de gemeentelijke vuilstortplaats verdwenen en daar kwam de woonwijk Blekersveld en het nieuwe politiebureau voor in de plaats. Eind jaren ‘80 ging het Marine Hospitaal in vlammen op. Het moest bijna 35 jaar duren om dat stuk grond weer bebouwd te krijgen.

De stukjes grond van de gemeente raken op. Langs de randen van de nieuwe wijken zijn nog wat kavels. De bewoners wordt gevraagd te participeren, oftewel – mee te denken. De enige vorm van participatie die zij verstaan is door allerlei argumenten en stukken aan te dragen om nieuwbouw en nieuwe bewoners, te weren. Vooral als het jongeren en statushouders betreft, hoor ik soms ernstige insinuaties over onveilige situaties en angst, “bijna” discriminerend.

De gemeente en ook dorpskern Overveen, moeten mee in de stroom om jongeren, statushouders en sociaal woningzoekenden een plek te kunnen geven. De NOOD is heel erg hoog! Als we niks bouwen en er jaren over blijven bakkeleien, zoals bij het Marine Hospitaal terrein, wordt de situatie onhoudbaar. Ook tegenover míjn huis in de Vrijburglaan is gebouwd. Ooit was dat groen, stonden er mooie bomen en struiken en was er een speelplek met een heel grote zandbak. Mijn nieuwe overburen waren toen welkom in de laan, en ook de bewoners van Blekersveld, bij mij om de hoek, en van het Kennemerpark, naast mijn school, waren welkom in Overveen.

Ik vraag deze bewoners zich nu ook als een echte Overveners te gedragen en nieuwe bewoners welkom te heten!

Marjolijn van Kappen